Waarom autisme bij meisjes langer onder radar blijft
Autisme wordt bij meisjes en vrouwen vaak pas laat vastgesteld. Dat blijkt uit een grote Zweedse studie, gepubliceerd in het British Medical Journal, die de gegevens analyseerde van 2,7 miljoen mensen. Die latere diagnose is niet zonder gevolgen.
Bij jonge kinderen krijgen aanzienlijk meer jongens dan meisjes de diagnose autismespectrumstoornis. Maar tegen de leeftijd van twintig is dat verschil bijna verdwenen. Dat suggereert dat autisme bij vrouwen mogelijk even vaak voorkomt als bij mannen, maar simpelweg later wordt herkend.
Volgens Nele De Vriendt, psychiater aan het UPC KU Leuven, spelen verschillende factoren mee.
“Autisme werd lang beschouwd als iets wat vooral bij jongens voorkomt. Het gevolg is dat er bij meisjes minder snel aan die mogelijkheid wordt gedacht, zowel door de omgeving als door zorgverleners.”
Daarnaast zijn meisjes vaak beter in het maskeren van hun moeilijkheden. Ze passen zich aan, imiteren sociaal gedrag en proberen te voldoen aan verwachtingen. Dat kan lang werken, maar vraagt veel energie. “Constant over je grenzen gaan om ‘normaal’ te functioneren, heeft een hoge kost”, zegt De Vriendt. “Hoe later de diagnose, hoe groter het risico op bijkomende problemen, zoals angst of depressieve klachten. Dat zien we vooral bij vrouwen.”
De studie toont wel een positieve evolutie: bij kinderen ouder dan tien jaar is de kloof tussen jongens en meisjes de voorbije decennia kleiner geworden. Dat wijst op een groeiend bewustzijn en meer kennis over hoe autisme zich verschillend kan uiten.
Een tijdige diagnose kan nochtans veel betekenen. Ze biedt verklaring, rust en toegang tot gepaste ondersteuning. Niet om iemand in een hokje te plaatsen, maar om beter te begrijpen wat nodig is om overeind te blijven.
Lees
Dr. Nele De Vriendt is volwassenenpsychiater en gespecialiseerd in o.m. autisme en ADHD.

