Dirk De Wachter gaat met emeritaat: ‘Mijn werk is mijn jas. Die heb ik altijd aan’

Na veertig jaar psychiatrische praktijk gaat prof. dr. Dirk De Wachter van UPC KU Leuven met emeritaat. In een uitgebreid coverinterview met Knack blikt hij terug op zijn loopbaan, de evolutie van de psychiatrie en zijn eigen kwetsbaarheid. Hij spreekt openhartig over de grenzen van zijn vak, de macht én machteloosheid van de psychiater en het belang van menselijke verbinding. En hij heeft een duidelijke boodschap voor het beleid: “Sociaal beleid en armoedebestrijding zijn óók geestelijke gezondheidszorg.”

Journaliste Margot Vanderstraeten zocht Dirk De Wachter op in Parijs, waar hij met zijn echtgenote een tweede verblijf heeft. Het werd een persoonlijk gesprek over zijn leven en werk, aan de vooravond van zijn emeritaat bij UPC KU Leuven.

Van Antwerpen naar Kortenberg

Zijn keuze voor de psychiatrie stond al vroeg vast. Tijdens een stage op een gesloten mannenafdeling in Antwerpen zag hij van dichtbij hoe ernstig psychisch lijden het leven van patiënten beheerste. Die ervaring bevestigde zijn roeping. Toen hij later de vraag kreeg om in Kortenberg aan de slag te gaan, hoefde hij niet lang na te denken. “In die tijd was Leuven het walhalla van de psychiatrie.” Hij kreeg er de ruimte om zijn eigen visie op zorg vorm te geven: socialer, minder institutioneel en dichter bij het dagelijkse leven van patiënten. Zo hielp hij de dagwerking voor mensen met ernstige, langdurige psychische problemen buiten het ziekenhuis uitbouwen, in de abdij van Kortenberg. Ook het beschut wonen kreeg mee vorm onder zijn impuls.

De mens boven het systeem

Doorheen zijn loopbaan bleef De Wachter kritisch voor de neiging om menselijke problemen te snel als psychiatrische aandoeningen te beschouwen. “Ik diagnosticeer altijd terughoudend. Ik neem de normaliteit heel breed en wil niet ieder psychisch probleem psychiatrisch maken.” Tegelijk erkent hij het belang van diagnoses voor patiënten: ze bieden soms opluchting, een verklaring en toegang tot behandeling. Zijn kritiek richt zich ook op de organisatie en financiering van de geestelijke gezondheidszorg. Volgens De Wachter dreigen structuren, registraties en financiële parameters de aandacht af te leiden van wat werkelijk telt. “De mens, de unieke casus, moet boven het systeem staan.” Hij benadrukt dat onze geestelijke gezondheidszorg behoorlijk goed georganiseerd is, maar dat de beschikbare middelen onvoldoende aansluiten bij de omvang van de psychische problemen. “Psychiatrie begint ook niet pas in de spreekkamer. Sociaal beleid en armoedebestrijding zijn óók geestelijke gezondheidszorg. Wie armoede bestrijdt, voorkomt een deel van het psychische lijden.”

Veertig jaar vooruitgang, maar ook nieuwe zorgen

De psychiatrie heeft volgens De Wachter de afgelopen vier decennia een indrukwekkende ontwikkeling doorgemaakt. Medicatie werd veiliger en beter verdraagbaar, de infrastructuur verbeterde en patiëntenrechten kregen meer aandacht. Ook patiënten, ervaringsdeskundigen en familieleden kregen een grotere stem in het zorgbeleid. Toch ziet hij een ontwikkeling die hem bijzonder zorgen baart: de toenemende werkdruk. “De meest funeste ontwikkeling is de werkdruk. Door de administratieve rompslomp hebben psychiatrisch assistenten soms amper tijd voor de mens. Dat is heel pijnlijk.” Ook tegenover artificiële intelligentie in de geestelijke gezondheidszorg neemt hij een genuanceerd standpunt in. Digitale ondersteuning kan volgens hem nuttig zijn, zeker wanneer hulpverleners daardoor meer tijd krijgen voor mensen met ernstige psychische problemen. Maar technologie vervangt geen menselijke nabijheid. “Het is een van de paradoxen van onze tijd: toestellen kunnen de illusie van verbinding scheppen.”

Over macht, machteloosheid en kwetsbaarheid

Het interview gaat ook over de moeilijke kanten van het beroep. Een psychiater beschikt over aanzienlijke macht: hij stelt diagnoses, schrijft medicatie voor en speelt soms een rol bij ingrijpende beslissingen zoals gedwongen opname of afzondering. Maar die macht heeft grenzen. De Wachter vertelt over een patiënt die kort na hun eerste gesprek door suïcide overleed. Een gebeurtenis die hem confronteerde met de machteloosheid die ook bij het beroep hoort. Zijn eigen kankerervaring heeft zijn kijk op kwetsbaarheid eveneens verdiept. Ze maakte hem nog gevoeliger voor wat mensen doormaken wanneer ze met ernstige ziekte en het levenseinde worden geconfronteerd.

Een psychiater die blijft werken

De Wachter kijkt ook kritisch naar zichzelf. Hij erkent dat zijn drukke loopbaan veel van zijn gezin heeft gevraagd en dat zijn echtgenote daardoor vaak meer verantwoordelijkheid thuis droeg. “Ik heb nooit aan de schoolpoorten gestaan. Bij onze kleinkinderen wilde ik dat inhalen. Opnieuw lukt het me niet.” Zijn emeritaat betekent dan ook geen afscheid van de psychiatrie. Hij blijft actief als emeritus met opdracht. “Mijn werk is mijn jas. En die heb ik altijd aan.” Wat hem na veertig jaar psychiatrie vooral is bijgebleven? Dat mensen elkaar nodig hebben, ook wanneer ze graag alleen zijn. “Veertig jaar psychiatrie hebben me geleerd dat enkele dragende verbindingen voor de mens onontbeerlijk zijn.”

 

| UPC KU Leuven viert het emeritaat van prof. dr. Dirk De Wachter op zaterdag 10 oktober met het symposium Ethiek. Geestelijke gezondheidszorg. Universiteit. Maatschappij.

 

Lees 

| ‘Mijn werk is mijn jas. Die heb ik altijd aan’ | Knack 7 oktober 2026 

 

de_wachter_vierkant_4x3_lr_311_0.jpg

Prof. dr. Dirk De Wachter is psychiater en psychotherapeut in het UPC KU Leuven. Hij is expert in systeem- en gezinstherapie en verantwoordelijk voor het dagactiviteitencentrum Herstelhuis. Aan de KU Leuven is hij verbonden als opleider en supervisor in de gezinstherapie.