‘Veel voedselproducenten zijn niet bezig met onze gezondheid’

Waarom verliezen sommige mensen de controle over hun eetgedrag? Ligt het aan de persoon, aan wat we eten of aan onze voedselomgeving? In Het Nieuwsblad gaat psychiater prof. dr. Elske Vrieze van UPC KU Leuven in gesprek met Pascale Naessens, die jarenlang met boulimie worstelde. Over ultrabewerkte voeding, de werking van ons brein en waarom eetstoornissen een behandeling op maat vragen.

In haar nieuwe kookboek De slimste keuken vertelt Pascale Naessens hoe ze tussen haar achttiende en vijfendertigste met boulimie kampte. Ze vindt dat hulpverleners de oorzaak van eetproblemen te vaak bij de persoon zoeken en te weinig aandacht hebben voor de invloed van voeding. Elske Vrieze, verantwoordelijk voor het zorgprogramma eetstoornissen bij UPC KU Leuven, begrijpt die kritiek, maar benadrukt dat eetstoornissen complexer zijn.

Waarom eten we wat we eten?

“Als iemand bij ons op consultatie komt, is de eerste vraag die we stellen: 'Waarom eet je wat je eet?'” Volgens Vrieze sturen twee biologische systemen ons eetgedrag: het systeem dat honger en verzadiging regelt, en het beloningssysteem dat ons naar eten doet verlangen, zelfs zonder honger. Stress, trauma en de samenstelling van voeding beïnvloeden die systemen.

De invloed van ultrabewerkte voeding

Naessens wijst op het overweldigende aanbod van ultrabewerkte voeding. Vrieze deelt haar bezorgdheid over de commerciële belangen van voedselproducenten, maar nuanceert de wetenschappelijke conclusies. “Er is veel onderzoek naar ultrabewerkte voeding, maar we weten nog altijd niet goed waarom het zo'n effect heeft op honger en verzadiging.” Ook waarschuwt ze voor het gebruik van het woord 'verslaving' bij voeding: het beloningssysteem speelt een rol, maar de precieze mechanismen zijn nog onvoldoende bekend.

Een behandeling op maat

Vrieze legt uit waarom patiënten met een eetstoornis soms ook taart, koekjes of andere calorierijke tussendoortjes krijgen. Bij ernstig ondergewicht is gewichtsherstel essentieel. De behandeling richt zich eerst op een regelmatig eetpatroon, met aandacht voor voldoende energie en variatie. Tegelijk wil ze de verantwoordelijkheid niet uitsluitend bij de voedselomgeving leggen. Mensen moeten ook opnieuw grip krijgen op hun eetgedrag, met passende ondersteuning. “Lichaam en geest zijn één, dat is gewoon zo. Het zit in lichaam én geest.”

 

Lees

| Het Nieuwsblad | “Veel voedselproducenten zijn niet bezig met onze gezondheid”